Heeft u uw
financiŽle zaken
op orde?

Lees de checklist

Intermedis A & A

Is de oudedagsverplichting een derdenbeding? Een praktisch advies

Geplaatst op: 15-04-2024, 14:02:51

Het pensioen in eigen beheer is tienduizenden keren omgezet in een oudedagsverplichting. Een vraag die nog steeds boven de markt hangt, is of een uitkering uit een ODV een derdenbeding is. Het antwoord hierop is belangrijk, omdat dit fiscale consequenties heeft. De praktijk moet hier goed naar kijken. Aan het eind van deze bijdrage een suggestie hoe men dit zou kunnen doen.

Wat is een derdenbeding?

In art. 6:253 lid 1 en art. 6:254 lid 2 BW is het derdenbeding geregeld. Samengevat is het een beding voor een derde waarin een afspraak is opgenomen dat de ene partij van de andere partij iets bedingt ten behoeve van een derde. Deze derde kan daaraan ook rechten ontlenen. Als we dan kijken naar de omzetting van het pensioen in eigen beheer in een ODV is hierbij vaak een ODV-overeenkomst gesloten. Hierin wordt onder meer geregeld wat er gebeurt als de dga komt te overlijden voordat of nadat de ODV-uitkeringen zijn ingegaan. En de vraag is dus of dit een derdenbeding is.

Bij het pensioen in eigen beheer was meestal ook een nabestaandenpensioen overeengekomen. Dit is door de omzetting in een ODV ook komen te vervallen. Daarom moest de partner van de dga ook tekenen voor de omzetting. Bij de advisering in dit kader is dan (als het goed) ook besproken wat de gevolgen voor de partner zijn van deze omzetting. Veelal is hierbij ook aangegeven dat bij het overlijden van de dga de uitkeringen uit de ODV aan de partner toekomen (geheel of gedeeltelijk) en dat eventueel nog aanvullende compensatie plaatsvindt. Dus de advisering zag ook op de situatie bij overlijden. Persoonlijk denk ik dat er dan snel sprake zal zijn van een derdenbeding.

Discussie

Het al dan niet zijn van een derdenbeding kan discussies opleveren in de praktijk. In de ODV-overeenkomst is veelal opgenomen dat de uitkeringen bij overlijden toekomen aan de erfgenamen. Daarnaast kan in een testament bepaald zijn hoe met de nalatenschap wordt omgegaan. Dit kan tot problemen leiden wanneer de erfgenamen volgens de ODV-overeenkomst, niet dezelfde personen zijn als de erfgenamen volgens het testament. Erfgenamen zouden zich op het standpunt kunnen stellen dat zij erven via een derdenbeding dat niet in de nalatenschap valt. Dit is geen wenselijke situatie.

Fiscale uitwerking

Als een ODV-uitkering bij overlijden een derdenbeding zou zijn, vindt vererving plaats via art. 13 SW. Zou het geen derdenbeding zijn, dan vererft dit via art. 1 SW. De grootte van de nalatenschap is in deze twee situaties niet hetzelfde. Een derdenbeding valt niet in de nalatenschap en daardoor wordt het kindsdeel uit hoofde van de nalatenschap kleiner.

Praktische oplossingen

In alle situaties kan erover gediscussieerd worden of sprake is van een derdenbeding. Dat is vanuit het zekerheidsperspectief niet erg handig. Hoe kan dit worden voorkomen?

  • Men zou kunnen overeenkomen in de ODV-overeenkomst dat geen sprake is van een derdenbeding. Hiermee wordt de bedoeling van partijen duidelijk.
  • Daarnaast zou in de ODV-overeenkomst opgenomen kunnen worden dat het testament leidend is.
  • Ten slotte zou in de ODV-overeenkomst nietkunnen worden aangegeven wat er gebeurt bij overlijden. Het gevolg is dan dat op grond van de wet bij overlijden de ODV-uitkeringen toekomen aan de erfgenamen.

Bij een overlijden zal ook een standpunt moeten worden ingenomen of sprake is van een derdenbeding of niet. Immers, op die wijze zal ook de aangifte erfbelasting moeten worden ingevuld. Niet ondenkbaar is dat er dan een discussie met de Belastingdienst zal optreden. Dit kan ook worden voorkomen door aan de voorkant duidelijk te maken dat geen sprake is van een derdenbeding.

Tot slot

Hoe dan ook lijkt het aanbevelenswaardig de ODV-overeenkomsten nog eens te bekijken en wellicht dus aan te vullen om toekomstige problemen te voorkomen.

Mr. dr. Gerard Staats werkt bij het Bureau Vaktechniek van BDO Belastingadviseurs en is universitair docent aan de Universiteit van Tilburg en de Open Universiteit.

Bron: www.accountancyvanmorgen.nl van 12 april 2024

Ga terug naar de vorige pagina