Heeft u uw
financiŽle zaken
op orde?

Lees de checklist

Intermedis A & A

Veel voorkomende fouten bij het saneringsverzoek (corona)schulden

Geplaatst op: 09-11-2023, 09:16:00

Ondernemers die niet in staat zijn om hun (corona)schulden te betalen vanwege een te hoge schuldenlast kunnen bij de Belastingdienst, het UWV en de RVO een saneringsverzoek indienen. Daaraan zijn wel een aantal voorwaarden verbonden. In de praktijk blijkt dat hier nog wel eens fouten worden gemaakt, waardoor een saneringsverzoek niet gehonoreerd kan worden. In dit artikel wordt er ingegaan op de zeven meest voorkomende fouten en hoe deze te voorkomen.

Ondernemers kampen met achterstanden

Ruim 60.000 ondernemers hebben een achterstand bij het terugbetalen van de (corona)belastingschulden. Een deel van deze ondernemers heeft ook een zogenaamde pre- en/of post- coronaschuld bij de Belastingdienst openstaan. De helft van deze ondernemers heeft voor de zomer van 2023 een brief van de Belastingdienst gekregen waarin is aangekondigd dat de betalingsregeling is ingetrokken. In de loop van deze maand (november) krijgen nog eens 30.000 ondernemers een brief waarin wordt aangekondigd dat de Belastingdienst de betalingsregeling intrekt. Daarnaast is de verwachting dat er de komende maanden een nieuwe groep ondernemers met terugbetalingsproblemen te maken zullen krijgen als gevolg van dalende omzetten, stijgende kosten voor inkoop, energie alsmede personeel. Een deel van de ondernemers kampt daarbij ook met een personeelstekort waardoor de noodzakelijke omzet niet kan worden gerealiseerd. Ook zal er een categorie ondernemers zijn die in 2024 moeten investeren, maar daar geen passende financiering voor zullen kunnen vinden. Ook deze ondernemers zullen op het moment dat ze niet meer kunnen betalen te maken krijgen met een (strengere) invorderaar bij de Belastingdienst. Een deel van de hiervoor genoemde ondernemers hebben ook te maken met achterstand in het terugbetalen van teveel ontvangen steun aan NOW en TVL.

Soepel beleid

De Belastingdienst hanteert voor ondernemers die voor 1 april 2024 een saneringsverzoek indienen een zogenaamd soepel beleid. Dat houdt in dat de Belastingdienst akkoord gaat met eenzelfde uitkeringspercentage als de andere schuldeisers ontvangen. Normaliter heeft de Belastingdienst als stelregel dat zij de zogenaamde dubbele portie bij saneringen wil ontvangen. Ofwel als concurrente crediteuren 20% van de oorspronkelijke schuld ontvangen dan wil de Belastingdienst 40% hebben. Tot 1 april 2024 zou de Belastingdienst in deze situatie dus akkoord gaan met 20%. Mits aan de voorwaarden zoals opgenomen in de Tijdelijke instructie saneringen is voldaan. Ook het UWV stelt voorwaarden aan het meewerken aan een saneringsverzoek. Deze voorwaarden zijn opgenomen op de pagina Kwijtschelding tegemoetkoming NOW In alle gevallen geldt dat de onderneming in de kern financieel gezond en levensvatbaar moet zijn.

NB: Bij een zogenaamd liquidatieakkoord wil de Belastingdienst altijd de zogenaamde dubbele portie te ontvangen.

Ondanks het feit dat de Belastingdienst een soepel beleid hanteert, en het UWV en de RVO daarbij aansluiten komt het met enige regelmaat voor dat saneringsverzoeken niet worden gehonoreerd. Daarnaast worden ondernemers vaak niet gewezen op de mogelijkheden die er zijn om (alsnog) te komen tot een schuldsanering. De zeven meest voorkomende fouten zijn:

  • Sanering van Belastingschulden is alleen mogelijk voor coronaschulden

Ondernemers en hun adviseurs denken vaak dat een schuldsanering van belastingschulden alleen mogelijk is als deze betrekking hebben op de coronaperiode. Dat is niet zo. Aan het oplopen van de belastingschulden, kunnen ook andere oorzaken dan corona ten grondslag liggen. In al deze gevallen kan een saneringsverzoek worden gedaan mits wordt voldaan aan de overige voorwaarden genoemd in de Tijdelijke instructie saneringen.

  • De betalingsregeling is ingetrokken of de deurwaarder is al langs geweest dus saneren is niet meer mogelijk 

In zijn brief van 13 oktober 2023 geeft de Staatssecretaris aan dat op ieder moment in het invorderingsproces nog een saneringsverzoek kan worden ingediend. Dus ook als de deurwaarder al is langs geweest.

  • Het saneringsverzoek is slecht onderbouwd

Veel ondernemers denken dat ze met een eenvoudig briefje met daarbij een korte toelichting aan de ontvanger van de Belastingdienst, het UWV of het RVO een sanering van de schulden kunnen regelen. Saneringsverzoeken worden echter alleen in behandeling genomen als het juiste formulier is gebruikt en duidelijk is wat de oorzaak van de schuldenproblematiek is. Daarnaast moet duidelijk zijn dat de onderneming in de kern financieel gezond is en levensvatbaar.

  • De levensvatbaarheid wordt niet onderbouwd

Als een onderneming na het saneren van zijn schulden door wil gaan dan dient de onderneming de levensvatbaarheid te onderbouwen.

Van levensvatbaarheid is sprake als uit het saneringsverzoek en de daarbij behorende prognose blijkt dat alle kosten van de bedrijfsvoering kunnen worden betaald, naast de eventuele kosten van levensonderhoud van de ondernemer en zijn gezin. Ook is er voldoende ruimte om de noodzakelijke groei- en vervangingsinvesteringen te financieren. Bovendien moet uit de prognose blijken dat de ondernemer zijn verplichtingen die opkomen tijdens het saneringstraject tijdig kan voldoen. De belangrijkste aandachtspunten bij het bepalen van levensvatbaarheid worden in een artikel van 1 november op www.accountancyvanmorgen.nl toegelicht.

Daarbij geldt dat onderneming een positieve beoordeling van de levensvatbaarheid overlegt van een:

  • bank of
  • accountant of
  • herstructureringsdeskundige

In de praktijk blijkt dat deze positieve beoordeling nogal eens ontbreekt.

  • Er wordt niet gekozen voor de juiste route van het saneren van schulden

Er zijn meerdere routes om te komen tot het saneren van de schulden bij de Belastingdienst, UWV en RVO. En iedere route kent zijn eigen eisen en voorwaarden. Als er een regulier schuldsaneringsvoorstel wordt gedaan bij de ontvanger van de Belastingdienst dan geldt als standaardeis dat het aanbod aan de Belastingdienst substantieel dient te zijn; zowel in absolute zin als in relatie tot de omvang van de Belastingschuld. Daarnaast dienen de concurrente crediteuren ook mee te doen met de schuldsanering en dienen aandeelhouders hun schulden kwijt te schelden. Alleen preferente en zogenaamde dwangcrediteuren kunnen, in bepaalde gevallen, buiten het akkoord worden gehouden.

Wordt er gekozen voor een sanering via de WHOA (en dat kan ook minnelijk) dan kan de Belastingdienst ook akkoord gaan met een lager aanbod. Daarnaast mogen schulden aan aandeelhouders in agio of aandelenkapitaal worden omgezet en kunnen bepaalde klassen schuldeisers buiten het akkoord worden gehouden. Daarbij dient dit, buiten het akkoord houden van bepaalde klassen, natuurlijk wel goed te worden onderbouwd. De praktijk leert dat die onderbouwing nogal eens rammelt. Als er gekozen wordt voor de route waarbij er een beroep wordt gedaan op het saneren van de schulden met inachtneming van de WHOA-richtlijnen dan geldt dat er altijd een zogenaamde startverklaring moet worden gedeponeerd.

Voor ib-ondernemers geldt dat zij in voorkomende gevallen ook gebruik kunnen maken van regelingen als de Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (MSNP) of Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).

Het is dus belangrijk om voordat er een saneringsverzoek wordt gestart na te denken over de juiste route.

  • De onderneming komt zijn nieuwe betalingsverplichtingen niet na

Als een onderneming een schuldsaneringsverzoek indient dan wel een WHOA-startverklaring deponeert dan geldt als standaardeis dat de onderneming vanaf dat moment stipt aan zijn nieuw opkomende verplichtingen dient te voldoen. Met andere woorden het is niet meer toegestaan om nieuwe schulden te maken, natuurlijk mag er rekening worden gehouden met de reguliere betalingstermijn. Maar die betaaltermijnen mogen niet meer worden overschreden, dat geldt niet alleen voor betalingen op aangiften aan de Belastingdienst, maar ook voor betalingen aan andere crediteuren. Kan de ondernemer niet voldoen aan zijn nieuw opkomende betalingsverplichting, dan kan gesteld worden dat de onderneming niet levensvatbaar is en zijn andere maatregelen noodzakelijk.

Schulden die zijn ontstaan tot het moment dat het saneringsverzoek wordt ingediend danwel de WHOA-startverklaring wordt gedeponeerd mogen allemaal worden meegenomen in het saneringsverzoek. Eventuele betalingsverplichtingen voor deze schulden worden opgeschort totdat er op het saneringsverzoek beslist is.

  • De ondernemer of zijn mkb-adviseur kijkt het nog even aan

Veel ondernemers met betalingsproblemen ‘kijken de kat nog even uit de boom’. Vaak stilzwijgend gesteund door hun accountant of mkb-adviseur. Dit is de slechtste keuze die de ondernemer kan maken. Immers de wet verplicht de ondernemer die weet, of had kunnen weten dat hij in betalingsproblemen zou komen, om actie te ondernemen. De accountant of de mkb-adviseur die constateert dat zijn klant niet voldoet aan de betalingsverplichtingen zal ook actie dienen te ondernemen, al was het maar door de ondernemer schriftelijk te wijzen op het feit dat deze de huidige situatie niet kan laten voortduren en dus aan de slag moet met zijn schuldenvraagstuk. Daarbij dient zich op enig moment ook het vraagstuk aan of er nog wel diensten kunnen worden verricht voor de onderneming met achterstanden in de betalingsverplichtingen zonder dat daarvoor aanvullende regelingen met schuldeisers zijn afgesproken.

Aanvullen

Gelukkig bieden de ontvanger van de Belastingdienst, het UWV en de RVO de onderneming die onvolledige informatie aanlevert de mogelijkheid om deze, binnen een redelijke termijn, alsnog aan te vullen.

Gesprek

Daarnaast is het verstandig als ondernemer of mkb-adviseur in het begeleidend schrijven bij het saneringsverzoek aan de ontvanger van de Belastingdienst, het UWV of de RVO aan te geven dat je graag overleg wilt hebben voordat er een besluit wordt genomen. Op deze manier kunnen eventuele onduidelijkheden nog worden toegelicht en omissies worden opgelost.

Zorgvuldigheid en transparantie

Als een onderneming, al dan niet via zijn accountant of mkb-adviseur, een saneringsverzoek indient dan is het dus belangrijk dat het onderbouwen van een dergelijk verzoek gepaard gaat met zorgvuldigheid en transparantie. Met andere woorden er dienen tijdens de behandeling van het schuldsaneringsverzoek geen ‘konijnen uit de hoge hoed’ te worden getoverd.

Succes gegarandeerd?

Succes bij een saneringsverzoek valt nooit vooraf te garanderen. Maar een goed onderbouwd verzoek, dat voldoet aan de voorwaarden, wordt wel degelijk met een welwillende blik beoordeeld en waar nodig wordt er ook meegedacht om een sanering mogelijk te maken. Kortom iedere onderneming met een te hoge schuldenlast, die in de kern financieel gezond en levensvatbaar is, doet er goed aan de mogelijkheden van een schuldsanering te onderzoeken. Dat de accountant en de mkb-adviseur hierbij een belangrijke rol hebben staat buiten kijf.

Jan Wietsma

Bron: bijdrage van 8 november 2023 van Jan Wietsma op www.accountancyvanmorgen.nl

Ga terug naar de vorige pagina